Landbouwsubsidies

Het Europese landbouwbeleid is teveel gericht op productie en te weinig op kwaliteit en duurzaamheid. Daarnaast is het oneerlijk tegenover boeren uit ontwikkelingslanden. GroenLinks pleit voor een eerlijker en groener landbouwbeleid.

De EU geeft jaarlijks 40 miljard euro uit aan landbouwsubsidies. Slechts een paar procent daarvan gaat naar plattelandsontwikkeling. Meer dan 85 procent van het geld gaat op aan prijs- en inkomenssteun voor Europese boeren, ongeacht de manier waarop zij produceren. De grootste landbouwbedrijven profiteren daar het meest van. GroenLinks wil af van deze subsidies. De EU moet alle vormen van productiesubsidies aan boeren afbouwen en ophouden met het opkopen en dumpen van voedseloverschotten. Tegelijkertijd moet de EU de Europese markt openen voor ontwikkelingslanden. GroenLinks wil dat alle importheffingen worden opgeheven. Arme landen krijgen dan eindelijk een eerlijke kans om een betere economische toekomst op te bouwen.

GroenLinks vindt ondanks de kritiek wel dat er een Europees landbouwbeleid moet blijven bestaan. Er zijn regels nodig om te voorkomen dat Europese boeren teveel produceren of elkaar kapot concurreren. Het beleid moet ook voorkomen dat de Europese markt bedolven wordt onder goedkoop geproduceerde agrarische producten uit Amerika. Deze producten zijn vaak genetisch gemanipuleerd en zijn niet duurzaam verbouwd. De EU moet binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) krachtig opkomen voor het standpunt dat landbouw méér is dan het zo goedkoop mogelijk produceren van voedsel.

De ongerichte inkomenssteun voor boeren moet snel worden omzet in subsidies voor duurzame plattelandsontwikkeling. Boeren die zich inspannen om voedsel te produceren met respect voor dieren, milieu, natuur en landschap verdienen Europese steun. Deze vorm van plattelandsontwikkeling kan nieuwe kansen scheppen voor boeren die nu moeite hebben te overleven. Een groener landbouwbeleid vraagt ook om groenere, eerlijker prijzen. GroenLinks wil dat de EU het prijsverschil tussen gangbare en biologische producten opheft. Dat kan door de BTW op biologische producten te verlagen en door de kosten van milieuvervuiling door te berekenen in de prijs van gangbare producten.