Hypotheekrenteaftrek
De hypotheekrenteaftrek kost de overheid jaarlijks 11 miljard euro. Dit geld was ooit bedoeld om het makkelijker te maken een huis te kopen. In de praktijk komt het niet terecht bij de mensen die dit het hardst nodig hebben, maar profiteren mensen met de hoogste inkomens het meest. De hypotheekrenteaftrek heeft daarnaast negatieve effecten voor de woningmarkt. GroenLinks wil de regeling geleidelijk afbouwen.
GroenLinks vindt het belangrijk dat mensen zonder zorgen kunnen wonen. Dat betekent dat huizen betaalbaar zijn starters een eerlijke kans krijgen op een gezonde woningmarkt. In plaats van een regeling die vooral de hoogste inkomens bevoordeelt wil GroenLinks een eerlijke verdeling voor iedereen. Naast het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek worden ook het eigenwoningforfait en de overdrachtsbelasting afgeschaft. De prijzen van koophuizen stijgen minder hard en er komen meer woningen beschikbaar voor lagere inkomens.
Over vijf jaar worden eigenaren van de duurste huizen vanaf 1 miljoen niet meer gesubsidieerd. In 2030 is het plafond 500.000 euro. Alle hypotheekschulden boven een half miljoen euro vallen niet meer onder de hypotheekrenteaftrek. Mensen met een huis van bijvoorbeeld 300.000 euro - wat in 2010 de gemiddelde huizenprijs is - krijgen pas vanaf 2035 te maken met het nieuwe systeem. Voor die tijd kunnen zij rekening houden met de komende veranderingen en bijvoorbeeld besluiten af te gaan lossen, waardoor ze de rente wat langer af kunnen trekken.
Door de ruime periode waarin de aftrek wordt afgebouwd krijgen huiseigenaren de gelegenheid om hierop te anticiperen. Zo krijgt iedereen tussen 2015 en 2040 de mogelijkheid om door aflossing van zijn hypotheek mee te bewegen met de nieuwe regeling.
Video’s over

