EU-bijdrage
Als lid van de Europese Unie draagt Nederland bij in de kosten. Jaarlijks betaalt de regering ongeveer 100 euro per Nederlander aan Brussel. Maar dankzij de EU heeft de gemiddelde Nederlander elk jaar zo’n 2000 euro extra te besteden. Onze bijdrage aan de Europese begroting is dus een slimme investering in de welvaart van onszelf en van onze mede-Europeanen. Belastingbetalers kunnen nog méér waar voor hun geld krijgen. Daarom wil GroenLinks de Europese begroting fors hervormen.
De EU lijkt wel een populaire voetbalclub: iedereen wil er lid van zijn, maar niemand vindt het leuk om contributie te betalen. De netto-bijdrage van Nederland aan de EU - afdrachten minus ontvangsten - is ongeveer 100 euro per Nederlander per jaar. Daar staat tegenover dat ons land als exportland meer dan andere landen voordeel heeft bij de interne markt. Die levert de gemiddelde Nederlander ongeveer 2000 euro per jaar op, volgens het Centraal Planbureau. We hebben dus een vol maandsalaris extra te besteden dankzij de EU.
Mede dankzij de Europese markt is Nederland het op twee na rijkste land van de 27 EU-lidstaten. Een rijk land meer betaalt aan de EU dan het terugkrijgt in de vorm van subsidies. Dat is logisch. Ook in Europa moeten de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Het is bovendien goed voor Nederland als arme lidstaten zoals Polen hun economische achterstand snel inhalen. Dat stimuleert onze export naar die landen. Dat maakt het ook makkelijker om samen te werken aan een goed milieubeleid en betere sociale bescherming.
Als netto-betaler mag Nederland wel eisen dat het Europese geld goed wordt gebruikt. De Europese Rekenkamer kan nog steeds niet vaststellen of alle subsidies die lidstaten ontvangen uit Brussel wel volgens de regels worden besteed. GroenLinks wil dat alle nationale ministers van Financiën met hun handtekening borg staan voor een rechtmatige besteding. Als ze dat weigeren, dan moet het Europees Parlement hen straffen met een fikse korting op de subsidies.
Als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, krijgt het Europees Parlement zeggenschap over de hele Europese begroting. GroenLinks wil bezuinigen én investeren. Minder landbouwsubsidies. Geen geld meer voor regio’s in rijke EU-landen; die moeten hun eigen achtergebleven gebieden helpen. Zo spelen we geld vrij voor investeringen in duurzame energie, voor onderzoek en innovatie, voor Europese studentenbeurzen en voor steun aan vluchtelingen.
Grote bedrijven profiteren het meest van de interne markt. Maar dankzij het vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal kunnen zij ook belastingen ontwijken. Dat is niet eerlijk. GroenLinks wil daarom Europese belastingen op bedrijfswinsten en milieuvervuiling. Een deel van de opbrengst moet naar de EU gaan. De nationale regeringen hoeven dan minder aan Brussel te betalen. Zo kunnen ze de belasting op arbeid verlagen. Dat levert banen op.










