Buitenlands beleid Europese Unie

De buitenlandse politiek van de Europese Unie is nog lang niet volwassen, maar kinderspel is het ook niet meer. Steeds vaker proberen de nationale regeringen één lijn te trekken. De Europese burgers verwachten dat ook. Zelfs de grootste lidstaten zijn een maatje te klein voor de wereldpolitiek, zo weten zij. GroenLinks wil dat de EU zich ontwikkelt tot een civiele wereldmacht.

Een klein land als Nederland heeft baat bij een gezamenlijk buitenlands beleid. Alleen in Brussel heeft ons land een vaste plek aan de vergadertafel. Alleen wanneer de buitenlandcoördinator van de EU het woord voert in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zoals het Verdrag van Lissabon beoogt, spreekt Nederland mee. GroenLinks wil dat de buitenlandcoördinator - nu Javier Solana – de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen tot een Europees minister van Buitenlandse Zaken. Daartoe moet het vetorecht van afzonderlijke EU-landen worden ingeperkt. De controle door het Europees Parlement moet juist worden versterkt.

De EU is een voorbeeld van vreedzame samenwerking tussen landen. Dankzij de sterkte van het recht wordt het recht van de sterkste aan banden gelegd. Dat moet ook op wereldschaal gebeuren. Maar een geloofwaardig voorvechter van mondiaal bestuur kan de EU alleen zijn als zij moreel leiderschap toont. Daar schort het nog aan. Te vaak kijken de EU-landen weg bij conflicten die delen van Afrika ontwrichten. Wanneer er energiedeals op het spel staan, slikken zij hun kritiek op mensenrechtenschendingen in Centraal-Azië in. Dat is kortzichtige politiek die niet bijdraagt aan een veiliger wereld.

Veiligheid vergt actieve bemoeienis met bestaande en potentiële conflicthaarden. De EU beschikt over een breed palet aan instrumenten om die visie kracht bij te zetten, van diplomatie en troepenzendingen tot handel en ontwikkelingssamenwerking. Daar moet zij veel beter gebruik van maken. Mensenrechtenactivisten en burgerbewegingen zichtbaar ondersteunen. Aan hulp en handelsvoordelen voor buurlanden zoals Egypte nadrukkelijk de voorwaarde verbinden van democratische hervormingen. De wapenhandel aan banden leggen, om dodelijk geweld te voorkomen. Militairen leveren wanneer de VN daarom vragen, liefst voordat het conflict is uitgebarsten. De Afrikaanse Unie bijstaan bij de opleiding van vredestroepen. Juristen, politie en burgervredesteams paraat houden voor een snel begin van vredesopbouw na conflicten.

In de Europese veiligheidspolitiek dienen civiele instrumenten voorop te blijven staan. De meeste Europeanen accepteren militair geweld alleen bij uiterste noodzaak. De Europese defensiesamenwerking moet zich niet langer richten op de verbetering van militaire vermogens maar op een zo effectief mogelijke bijdrage aan het voorkomen en beheersen van conflicten.

 

Zie ook:

Mensenrechten

NAVO